ik stuiptrek en sidder
met tussen twee vingers dat blauwtje
’t zoveelste maar rijker op zak
had ik me te veel de vleugels
voor ogen met metrum en volrijm
en biddende bek?
had ik jou en te snel
te kennen gegeven
dat dichters niet voelen
maar huilen om voer?
en toch
wat is er mis
met zich godslasterend gul en zelfzuchtig
gedragen met geen kaarsen doen branden
maar lampjes uitdraaien?
terwijl jij ja jij
met je is-gelijk-aan-lippen
en als veel te vroege nachtvorst
mijn kwetsbare klankenmoestuin
meedogenloos verraste
gepubliceerd in Meander Magazine
woensdag 26 juni 2013
zaterdag 16 februari 2013
Ze heten allemaal Louise
Oscar Blade
Runner Pistorius komt nu wel minder fraai in the picture te staan. Maar het
feit dat de ene mens de ander om zeep helpt, al dan niet moedwillig, is iets
waar ik sinds een recent voorval enig begrip voor kan opbrengen. Het scheelde
immers geen haar of het was ook mij overkomen.
Twee weken
geleden werd mijn dochter geboren. En net als bij elke geboorte van een eigen
kind davert je eigen kleine wereldje op al zijn grote grondvesten. Als
kersverse vader word je heen en weer geslingerd tussen emoties van vreugde en verdriet,
tussen het moederhuis en de drukker, tussen je eerstgeborene en het nieuwe
mensje. Deze keer wilde de borstvoeding niet goed lukken. Na een goed gesprek
met de competente verpleging beslisten we op flessenvoeding over te schakelen.
Een dag later, een zondag, zouden we met de baby naar onze woonst net buiten de
binnenstad verhuizen. Zondag betekende ook naar de apotheek van wacht rennen om
een blik Nan Pro 1 in te slaan. Gelukkig hadden we in een verloren hoekje van
de voorraadkast nog een fles Cristaline Louise mineraalwater staan die geschikt
was voor zuigelingenvoeding. Dat het allemaal snor zou komen, geloofde ik
graag.
Na de eerste
onzekere nacht thuis bestond mijn eerste werk erin een flinke voorraad van dat
mineraalwater in te slaan. Zowel mijn liefste als ik twijfelden aan de
herkomst van de fles. Zij dacht aan Delhaize, ik gokte op Aldi. Aangezien we
vlakbij een Delhaize wonen, startte ik mijn zoektocht daar. Ik vond er veel
bronwater, water ook dat geschikt is voor zuigelingen, maar niet de bewuste
Louise die ik zocht. Ik was ervan overtuigd dat ik mijn gram zou halen in de
Aldi-winkel in de binnenstad. Groot was mijn verbazing toen ik zag dat het hele
minerale vak Louise leegstond. Dinsdag pas zou een nieuwe lading arriveren. Een
snel rekensommetje leerde me dat ik niet tot de dag nadien kon wachten. Ik
moest en zou vandaag op z’n minst een nieuwe fles in huis halen. Omdat we hier
in een samenleving van overvloed leven, heeft een provinciestadje als de mijne
niet genoeg aan één Aldi. Met een zware voet scheurde ik dan ook naar Aldi II.
Deze winkel stond helemaal op zijn kop.
Binnen enkele dagen zou de volledig vernieuwde vestiging openen en alle
producten waren her en der neergeplant. Uiteindelijk vond ik de minerale speld
in de hooiberg, maar het was miserie troef. Deze fles Cristaline Louise was
niet de fles die ik zocht. Sterker nog, ze was hoegenaamd niet geschikt om aan
zuigelingen te voeren. Maar omdat ik niet graag met lege handen een winkel
verlaat, nam ik toch twee flessen van dat verdomde goedje mee. Ondertussen legde
ik al mijn hoop in de handen van Colruyt
neer. Op weg naar de goedkoopste winkelketen bonkte mijn hart bijna uit mijn
borstkas. Wat als ik ook daar naast de geschikte fles zou grijpen?
Verschrikkelijke beelden van rijen uitgedroogde baby’s spookten door mijn brein
dat langzaam begon over te schakelen op paniekmodus. Ondanks de paniek zocht ik
bijzonder trefzeker mijn weg tussen de grijze rekken. Al snel stond ik oog in
oog met liters vocht. Maar wat ik daar zag deed mijn gemoedstoestand schommelen
tussen hoop en wanhoop. Oh jawel, de Heer zei geprezen, want deze winkel
verkocht Louise water. Maar, en nu kwam het schuim me bijna op de mond te
staan, het Louise water was niet van het merk Cristaline en het spul dat ik wel
degelijk zocht werd enkel in bidons van vijf liter verkocht, godsakke. Nu,
iedereen met een beetje verstand weet dat je een geopende fles binnen enkele
dagen dient te gebruiken. Met een vijfliterfles zou dat niet het geval zijn en
als het om een pasgeborene gaat wil je als ouder geen enkel risico lopen. Voor
de zekerheid en omdat ik niet anders kan deed ik mezelf een kloeke bidon
cadeau. Aan de kassa besefte ik glashelder dat ik met mijn rug tegen de muur
stond. Mijn allerlaatste troef zou ik in de Carrefour-winkel moeten uitspelen.
Ik kan me niet meer herinneren hoe ik daar aan de waterrekken ben geraakt.
Zeker is dat ik minutenlang met betraande ogen naar de verdomd moeilijk te
vinden tweeliterflessen heb staan kijken. Verder heb ik de Heer op mijn blote
knieën bedankt. Een vreemd tafereel voor de andere klanten wellicht, en niet in
het minst omdat ik een lange en smalle jeans droeg.
Uiteindelijk kwam ik na een dolle rit van bijna twee uur thuis met mijn buit aanwaaien: twee flessen Louise water Aldi, een bidon van vijf liter Cristaline Louise Colruyt en vierentwintig tweeliterflessen van Cristaline Louise Carrefour.
Uiteindelijk kwam ik na een dolle rit van bijna twee uur thuis met mijn buit aanwaaien: twee flessen Louise water Aldi, een bidon van vijf liter Cristaline Louise Colruyt en vierentwintig tweeliterflessen van Cristaline Louise Carrefour.
Wanneer een wel
erg empathische jongedame van Kind & Gezin me twee dagen later
meldde dat ze het Louise water van Cristaline afraadde om deze en gene reden,
had ik haar bijna eigenhandig gewurgd. Op het nippertje wist ik me te beheersen
en met een kwinkslag redde ik ons allen uit een erg ongemakkelijke situatie: ‘Wilt
u iets drinken? Een watertje of zo?’
Noot:
Ze heten misschien allemaal Louise, maar die van mij die heet Nanou.
zaterdag 9 februari 2013
dinsdag 29 januari 2013
1 jaar zonder stadsdichter - gedichtendag 2013
luiletterland
I
genoeg zegt hij en slaakt een zucht
te veel zucht hij en doet zijn zeg:
‘te midden van stof en stank
kirde plots
een zwaluwstem van
laat hem verlaat hem
verzwijg hem laat hem
achter
u bent dus
tegen mij in u?
mijn bloed
wordt droog en hoor
u zet
zichzelf buitenspel
met dit
uitzettingsbevel
u kiept uw
taalbad overboord?
en ik
jongleerde nog met de idee
het gat in
uw begroting te dichten
helaas ik
moet eruit
luidt het
besluit en laat u
uw straten
als melaatsen uw pleinen
als
tapijten vol vlek en vliegverbod
hier op
deze knooppuntplek
kan niemand
nog iets schrijven’
toen rechtte hij zijn rug
en floot zijn woorden terug
II
nu het zonlicht zich ontbindt
langzaam als vervallen rijm
en de huizen kreunen onder woordeloos geweld
rest ons niets meer
buiten monddood en voorgoed verzwegen
er kraait geen haan meer op dit erf
geen hond in ons maakt men nu nog wakker
maandag 24 december 2012
Uit de oude doos - Troep
Nu ik bijna evenveel kinderen als boeken heb gepubliceerd, breekt er wellicht een schrijfmagere tijd aan. Om deze leegte op te vullen en omdat er zware straffen staan op blogverzuim zal ik met regelmaat iets opdiepen uit de oude doos.
Vandaag plaats ik een kortverhaal uit 2005 over een familiefeest. In deze tijd van het jaar is feesten nogal in trek. Lang voordat Verhulst met veel succes over zijn nonkels schreef, vatte ik het plan op een familiekroniek te schrijven. Omdat mijn familie, en mijn nonkels in het bijzonder, een voetnoot waard zijn in de annalen van een bijzonder tijdperk (de eeuwwisseling).

Vandaag plaats ik een kortverhaal uit 2005 over een familiefeest. In deze tijd van het jaar is feesten nogal in trek. Lang voordat Verhulst met veel succes over zijn nonkels schreef, vatte ik het plan op een familiekroniek te schrijven. Omdat mijn familie, en mijn nonkels in het bijzonder, een voetnoot waard zijn in de annalen van een bijzonder tijdperk (de eeuwwisseling).

Troep
Met nieuwjaarsdag komt onze familie steeds rond de
feesttafel bij elkaar. Dan wensen we eenieder een opperbest jaar, vliegen
enthousiast in spijs en drank, en bakkeleien een beetje. Elke editie heeft
iemand het recht om het menu te kiezen. Deze keer viel die eer mijn nonkel
Frans te beurt. Deze grapjas van het eerste uur maakte een haast klassieke
keuze: bloemkool met worst. Klassiek hoeft echter niet onsmakelijk te zijn. De
familie speelde alles met veel animo naar binnen en na het hoofdgerecht dacht
mijn nonkel Raf er goed aan te doen om een authentieke anekdote op te rakelen.
‘Ik zal eens iets
vertellen over den troep,’ begon hij en mijn nonkel sergeant, die recht
tegenover nonkel Raf zat, kneep zijn ogen achterdochtig tot spleetjes.
‘Vroeger leefden wij
hier in ons Belgenlandje met de gedachte dat dé bom elke dag kon vallen. Onze
sergeant,’ en nonkel Raf knipoogde naar de overkant van de tafel, ‘had ons
geleerd wat we moesten doen bij een atoomaanval. Wanneer het codewoord “flash”
weerklonk, moesten we zo snel mogelijk op de grond gaan liggen en met onze
handen onze ogen bedekken. We zouden de noodprocedure gaan oefenen in een
nabijgelegen weiland. Met onze rugzak en ons wapen trokken we in halfopen
formatie door de wei. Plots brulde sergeant De Vliegher het gekende codewoord.
We hielden onmiddellijk halt en bleven stokstijf staan. “Flash!” bulderde De
Vliegher nog een keer. “Flash, zeg ik, lompe boeren!” Wij bekeken mekaar alsof
we er niets van begrepen. Uiteindelijk liet iemand zich in het gras vallen met
de handen voor de ogen. Dat was soldaat Peeters, geloof ik. Wij liepen er als
de bliksem naartoe, trokken hem recht en vroegen: “Peeters, wat scheelt er
jongen, gaat het?”’
Enkelen van mijn neven en nichten durfden
amper adem te halen.
‘“Sergeant, soldaat Peeters is onwel
geworden!” riep iemand van ons peloton. “Kan u even komen kijken?” Intussen had
sergeant De Vliegher zijn baret woedend op de grond gegooid en stond hij daar
te roepen van het kan niet meer. Sergeant De Vliegher,’ besloot nonkel Raf,
‘die hebben we meer dan eens bij zijn pietje gehad.’
Nu werd er schaamteloos gelachen en hier en
daar werd er zelfs een traan weggepinkt. Alleen nonkel sergeant, die het hele
verhaal met argwaan gevolgd had, bleef stoïcijns bij zoveel familiaal
enthousiasme. Toen iedereen zowaar bekomen was, informeerde hij oprecht naar
dat algemene codewoord bij een atoomaanval. Nonkel Frans, die een kans rook om
alweer de leukste te zijn, veerde recht, salueerde met klakkende hielen en
schreeuwde verschillende malen “flash”. Even later dook een opvallend lenige
nonkel sergeant met de handen voor de ogen naar de grond. Daarbij kwam hij
nogal ongelukkig in het drinkbakje van Tommy terecht, het zwarte schipperke van
mijn nonkel Jean. Met ontbloot tandvlees dook de hond naar de buik van nonkel
sergeant en beet een stuk uit het overhemd van zijn belager. Tant’ Jeanine, de
vrouw van nonkel sergeant, wilde haar echtgenoot verdedigen en smeet haar
handtas naar de vierpotige agressor. Bijna was de lieve hond ook tant’ Jeanine
naar het hemd gevlogen, maar nonkel Jean kwam tijdig tussenbeide met een
duidelijk bevel: ‘Af Tommy!’
Na dit incident
laaide de discussie over huisdieren op familiefeesten weer hoog op. Voor- en
tegenstanders slingerden elkaar verwijten naar het hoofd en Tommy zelf
begeleidde het debat met aanstellerig geblaf. Gelukkig maakte mijn grootvader,
het stamhoofd van de clan, een einde aan het gekibbel. ‘Daar is den dessert,’
kreunde de oude man en iedereen stortte zich monter op de rijstpap met bruine
suiker.
woensdag 30 mei 2012
Omstreeks het middaguur
De zon staat
hoog. De lucht is van staal en een pleintje baadt in een bijzonder licht. Op
een bankje zit een oude man. Hij staart voor zich uit en maalt de uren die hem nog
resten. Voor zijn voeten verdringen zich enkele duiven. Hij geeft er niet om. Langzaam brengt hij een
hand naar zijn oor en trekt tweemaal aan zijn oorlel. Even langzaam zakt zijn
hand tot op zijn been. Af en toe sluit hij zijn ogen. Een eeuwigheid later gaan
ze weer open. Enkel zijn kaken gaan als gekken tekeer. Hij kauwt met de snelste
kaken van de wereld. Wellicht moeten er nog enkele zaken uit het verleden, die
hem zwaar op de maag liggen, herkauwd worden. Een man als hij weet als geen
ander dat een mens pas klaar is voor de toekomst, als hij in het reine is met
zijn verleden.
Een jongetje komt het plein opgestoven. Alle duiven vliegen op. Het jongetje kirt van plezier en feliciteert zichzelf met handgeklap. Zijn moeder met buggy, die nu pas het plein betreedt, vraagt om de vogels een volgende keer met rust te laten. Het jongetje hoort niet wat zijn moeder zegt. Hij kijkt omhoog en volgt de duiven die een beetje verderop neerstrijken. Bijna gaat hij er opnieuw achteraan, maar dan krijgt hij de oude man in de gaten. Het jongetje houdt zijn hoofd een beetje schuin. Hij wijst naar de man en brabbelt wat. Terwijl zijn moeder zegt dat wijzen niet beleefd is, kauwt de man rustig verder. En net voor hij richting duiven sprint, zwaait het jongetje naar de man. In paniek stijgen de duiven op. Hun gefladder werpt dansende schaduwen op een plein. Een jongetje schreeuwt het uit, een jonge moeder met buggy berispt haar oudste kind en een oude man op een bank houdt plots op met kauwen en zwaait naar een lege plek waar net de toekomst stond.
Een jongetje komt het plein opgestoven. Alle duiven vliegen op. Het jongetje kirt van plezier en feliciteert zichzelf met handgeklap. Zijn moeder met buggy, die nu pas het plein betreedt, vraagt om de vogels een volgende keer met rust te laten. Het jongetje hoort niet wat zijn moeder zegt. Hij kijkt omhoog en volgt de duiven die een beetje verderop neerstrijken. Bijna gaat hij er opnieuw achteraan, maar dan krijgt hij de oude man in de gaten. Het jongetje houdt zijn hoofd een beetje schuin. Hij wijst naar de man en brabbelt wat. Terwijl zijn moeder zegt dat wijzen niet beleefd is, kauwt de man rustig verder. En net voor hij richting duiven sprint, zwaait het jongetje naar de man. In paniek stijgen de duiven op. Hun gefladder werpt dansende schaduwen op een plein. Een jongetje schreeuwt het uit, een jonge moeder met buggy berispt haar oudste kind en een oude man op een bank houdt plots op met kauwen en zwaait naar een lege plek waar net de toekomst stond.
woensdag 23 mei 2012
Krantenkop
Het was een
zwoele lentenacht. Het zwart was hier en daar wit gespikkeld. Zij legde haar
hoofd in zijn schoot. Hij legde zijn hoofd in zijn nek.
De meeste sterren die je ziet, bestaan niet, zei hij. We zien alleen het spoor dat ze achterlieten.
Zij knipperde met de ogen en zei: Vertel een vrouw nooit dat de sterren die ze ziet, niet bestaan. Vertel mij liever van dingen die wel bestaan.
Hij wilde zo graag, maar durfde niet, want hij dacht aan een krantenkop van vandaag, aan blauwe plekken en een diepvriesvak. Hij trachtte de gedachte uit zijn hoofd te schudden, maar het lukte niet. Zij keek hem verwachtingsvol aan. Hij had niet veel tijd meer om iets anders te bedenken. Hij begon te zweten. Het is warm, zei hij om zichzelf te redden.
Zij lachte fijntjes. Je kan beter dan dat, zei ze.
Paniek maakte zich van hem meester. Nogmaals trachtte hij de gedachte uit zijn hoofd te bannen, maar het schudden bracht geen zoden aan de dijk. Zijn hoofd werd te klein voor zo’n akelige gedachte. Ze moet eruit, wist hij, en ze zal niet lang op zich laten wachten. Hij strekte zijn benen om tijd te winnen. Haar hoofd glipte tussen zijn bovenbenen door en kwam onzacht in aanraking met de bank. Ze kreunde. Pijn, zei ze ook. Dit doet pijn.
Precies, zei hij en hij was opgelucht dat zij hem begreep.
Toen reed een ijscoman veel te laat de straat in. Zijn luidspreker braakte iets uit wat voor klassiek moest doorgaan. Door de babyfoon klonk gekrijs.
Hoe durven ze, riep ze uit en ze aaide zichzelf nog een keer over het achterhoofd.
Hoe durven ze, herhaalde hij en hij moest opnieuw aan een vriesvak denken.
N.a.v. de moord op de 4-jarige Diana Farkas
De meeste sterren die je ziet, bestaan niet, zei hij. We zien alleen het spoor dat ze achterlieten.
Zij knipperde met de ogen en zei: Vertel een vrouw nooit dat de sterren die ze ziet, niet bestaan. Vertel mij liever van dingen die wel bestaan.
Hij wilde zo graag, maar durfde niet, want hij dacht aan een krantenkop van vandaag, aan blauwe plekken en een diepvriesvak. Hij trachtte de gedachte uit zijn hoofd te schudden, maar het lukte niet. Zij keek hem verwachtingsvol aan. Hij had niet veel tijd meer om iets anders te bedenken. Hij begon te zweten. Het is warm, zei hij om zichzelf te redden.
Zij lachte fijntjes. Je kan beter dan dat, zei ze.
Paniek maakte zich van hem meester. Nogmaals trachtte hij de gedachte uit zijn hoofd te bannen, maar het schudden bracht geen zoden aan de dijk. Zijn hoofd werd te klein voor zo’n akelige gedachte. Ze moet eruit, wist hij, en ze zal niet lang op zich laten wachten. Hij strekte zijn benen om tijd te winnen. Haar hoofd glipte tussen zijn bovenbenen door en kwam onzacht in aanraking met de bank. Ze kreunde. Pijn, zei ze ook. Dit doet pijn.
Precies, zei hij en hij was opgelucht dat zij hem begreep.
Toen reed een ijscoman veel te laat de straat in. Zijn luidspreker braakte iets uit wat voor klassiek moest doorgaan. Door de babyfoon klonk gekrijs.
Hoe durven ze, riep ze uit en ze aaide zichzelf nog een keer over het achterhoofd.
Hoe durven ze, herhaalde hij en hij moest opnieuw aan een vriesvak denken.
N.a.v. de moord op de 4-jarige Diana Farkas
Abonneren op:
Posts (Atom)

