Posts tonen met het label Pers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pers. Alle posts tonen

zondag 16 februari 2020

stadsgedicht berceuse voor wel zeer jongelui - het geluid van Lier

De stad van de 3 Netes gaat op zoek naar haar eigen geluid.
Kies voor en stem op 3 nummers uit een ruime lijst


Van Triggerfinger over De Kreuners naar Bart Peeters en weer terug langs meer aparte muziek.
Ook mijn stadsgedicht berceuse voor wel zeer jongelui staat te pronken in de lijst.
Muzikant en compagnon de route Stijn Trauwaen zette het gedicht destijds op muziek. In onze voorstelling Tegenkomer brachten we het nummer op het podium.
Op de webstek van Belpop Lier beluister je een live versie uit deze voorstelling.

Stem jij een ons slaapliedje voor kersverse Schapenkoppen de eeuwigheid in?


berceuse voor wel zeer jongelui

intro door bekking vogels (bij voorkeur nachtegalen):
                     stille nete diepe stad
                     kleine schapenkop slaap zacht (x2)

                nu de zwarte nacht verblauwt
                onder een rond gezonde maan
                zing ik in je wolhaaroren
                dat je zoet bent
                dat je goed bent
                dat klaas vaak nu gauw zal komen

fade out door bekking vogels:
                    stille nete diepe stad
                    kleine schapenkop slaap zacht 

woensdag 23 mei 2018

artisjok - pop-up galerij en titelgedicht

Het staat er, het titelgedicht dat ik schreef voor de pop-up galerij Artisjok van Peter EveraertJef Vingerhoets tekende (alweer) voor een stijlvolle vormgeving. 
Vrijdagavond 25/5, tijdens de opening, bek ik het gedicht live ter plaatse. Acteur Karel Vingerhoets zal aan mijn zijde staan om u te vergasten op een stukje verhalende geschiedenis van 't Hof Van Santhoven. 
Vanaf dan kunt u zich komen vergapen aan werk van Marc Janssens, Liesbet Valgaeren, Leda Vaes, Tobias Huijbregts, Ems Verhaert, Hendrik Robyn, Stef van Eyck, Lebuïn D'Haese en Raphaël De Bois.
Met trots presenteer ik er mijn eerste gedicht op hout: meubelreus. Een samenwerking met typograaf/vormgever Dirk Caluwaerts en met digital artwork van Vanlee Wim.
Meer info op: https://art-is-sjok3.webnode.be/





*
art
is
sjok
zei ze
en ze sneed de groente beleefd in twee

haat
is
wrok
wist ze
maar wat moest ze daarmee?

nu veegt ze haar mond koket met servet

wotsindisneem?
hangt kunst als een vis aan de haak?

het mes is scherp
de tanden glanzen

art
is
sjok
zegt ze nog

ze vervoegt een vers woord bij de daad

vrijdag 27 april 2018

woensdag 14 maart 2018

recensies Volle Muil

Volle Muil vliegt ruim een maand rond. Ondertussen verschenen nog enkele besprekingen:

Het Laatste Nieuws van 10 maart.



















Ook Kinderboekenpraatjes laat graag van zich horen:
'Prachtig is het achteraanzicht van vader en zoon waarin Marell subtiel hun liefde voor elkaar laat zien.'

maandag 26 februari 2018

Jaap Leest Volle Muil

Gelezen op Jaap Leest, dé recensiesite over jeugdliteratuur:
Wie van verzorgde boeken houdt, is bij de kleine uitgeverij Loopvis aan het goede adres. Kosten noch moeite worden bespaard en dat levert naast enkele fraaie kookboeken nu het tweede prentenboek op. Met als toevoeging een aantal plakprentjes om een nieuwe cover te maken. Dat klinkt misschien wat truttig maar dat is het door de fijnzinnige uitvoering allerminst.
Het verrassende  Schobbejacques en de 7 geiten leverde Merlijne Marell een vlag en wimpel op. Misschien zit er nu wel meer in want de illustraties voor Volle Muil zijn minder angstaanjagend en dus geschikter voor kinderen. De Vlaamse dichter Tom Marien schreef een lief eenvoudig verhaal over een jonge uil die zich moet bewijzen als opvolger van zijn vader Wijze Uil. Dat gaat letterlijk met vallen en opstaan en bij de ultieme poging houdt het hele bos de adem in. De jongeling slaagt ondanks een angstaanval voor zijn meesterproef door de maanvis uit de vijver te vangen.
De spanning wordt vooral in de illustraties subtiel opgevoerd en daarbij is alles van belang, ook in de typografie. De steunkleuren, de lettergrootte en de leegtes. Na de eerste mislukte poging krassen de uilen in groot kapitaal op twee donkere pagina’s ‘Vuil! Vuil!’. Je moet lef hebben om dat zo te doen en daaraan ontbreekt het de makers niet, dat was met het eerste heftige boek al  duidelijk gemaakt. Maar Volle Muil is in alle opzichten veel meer een kinderboek.
Marell onderscheidt zich door haar compromisloosheid,  maar dan zonder de verhaallijn en compositie uit het oog te verliezen. De prenten zijn van grote schoonheid maar kloppen ook steeds in de ontwikkeling van het verhaal waardoor een bijzondere symbiose met de tekst ontstaat. Hulde voor dit Nederlands/Vlaamse duo.
Volle Muil is kunst met een hoofdletter K, niet omdat het moet maar omdat het een prachtig boek oplevert. Voor de fijnproevers en hopelijk zijn daar voldoende kinderen bij.
© Jaap Leest




maandag 12 februari 2018

Volle Muil is daar

Volle Muil slaat zijn vleugels open en vindt zijn weg naar het publiek.

Vanaf nu kan je Volle Muil kopen in de Vlaamse en Nederlandse boekhandels. Ook via het internet is het boek beschikbaar. De webshop van uitgeverij Loopvis biedt het boek te koop aan, net als de webshop van illustrator Merlijne Marell.

                                           © Merlijne Marell

We dopen Volle Muil tijdens 2 boekvoorstellingen. Eén in Arnhem op 24/2 (in beddenwinkel COCO-MAT) en één in Lier op 25/3 (in zaal Marollen van Den Bril). Snel meer info.

maandag 23 oktober 2017

Felix & Marleen

In tijden van fake news schrik ik bijna van niets meer. De thuisoverwinning van Lierse sloeg me nochtans met verstomming. Dat er snel nog iets van die orde zou volgen, kon ik me nauwelijks inbeelden. En toch, volgens Marleen Vanderpoorten, ex-burgermoeder van onze stad en huidig OCMW-voorzitter en schepen van sociale zaken, moet het Timmermans-Opsomerhuis niet verkocht worden. ‘Dat kan door de Erfgoedkluis van de Vlaamse overheid in te schakelen. Zij doen een bestemmingsonderzoek en bekijken welke partners mee in zee kunnen gaan,’ aldus Vanderpoorten in de pers.

Zo goed als onmiddellijk veerde ik recht. Ik applaudisseerde voor een verder lege huiskamer. De stad had 2016 immers als een waar Timmermansjaar gevierd. De bibliotheek veranderde feestelijk van naam. De wegenpijp onder de Ring werd (als tang op een varken) Pallietertunnel gedoopt en het boek Pallieter zelf werd met een luisterspel en veel animatie geëerd. Op de koop toe verscheen er een nieuwe uitgave van het boek door uitgeverij Polis. De presentatie daarvan vond plaats in het huis van Pallieters geestelijke vader. Juist ja, het huis dat men enkele jaren later gaat sluiten, ook al had men in het bestuursakkoord geschreven dat het museum wordt opgewaardeerd tot vertrekpunt van de toeristische bezoeker. Elke liefhebber van het werk van Timmermans, Opsomer, Van Boeckel, de la Haye en anderen voelde een pijnlijke steek door het hart gaan. Sommigen waren een hartaanval nabij.

Maar vandaag wil eindelijk iemand met verantwoordelijkheidszin de kunstzinnige meubelen redden, dacht ik. En ik drukte nogmaals de handen op elkaar. Dan bracht een geniepig stemmetje in mijn hoofd me tot rede. Had de huidige schepen in 2015 niet mee ingestemd met de sluiting en verkoop van het huis, om de twee bestaande musea om te vormen tot een gloednieuw en eigentijds Liers stadsmuseum? De door het college opgesomde redenen zijn ondertussen breed uitgesmeerd: dalende bezoekersaantallen, moeilijkheden om vier toeristische balies permanent te bemannen en een slecht toegankelijk en verkeerd ingericht pand. En de fundamentele vraag die, volgens schepen van erfgoed, musea en toerisme Rik Verwaest, niemand beantwoord kreeg: ‘Waarom als stad +- 2 miljoen euro uitgeven voor een renovatie van een ongeschikte ruimte, terwijl je 80 miljoen euro in het rood staat?’

Waarom dan uitgerekend nu, als het water tot aan de erfgoedlippen staat, een miraculeuze aap uit de mouw toveren? De vraag stellen is ze beantwoorden. De verkiezingen zijn op gang getrokken en dan is het geoorloofd om het culturele ongenoegen, dat aan de zilveren knoop leeft, politiek te recupereren. Wat me eerst haast naïef, maar ontzettend nobel leek, laat een bittere smaak in mijn mond achter. Ik kan het nog anders stellen: Mevrouw Vanderpoorten heeft mijn steun, maar op mijn toekomstige stem moet ze niet rekenen.

Langs de andere kant is de inzet van dit dispuut verkeerd. Het gaat hier niet over een al dan niet geschikt gebouw. De hele discussie moet over het kwaliteitsvolle werk en patrimonium gaan. Over hoe je al dat werk, dat wereldwijde erkenning genoot en geniet, hedendaags gaat tonen. Ik had begrepen dat telkens maar een zeer klein deel van de zeer ruime collectie zal worden ondergebracht in de eerste zaal van het nieuwe museum, samen met een zicht op de ontstaansgeschiedenis van Lier. Ik houd toch ook mijn hart vast. Gaat men voldoende tijd en ruimte hebben om dit alles (afwisselend) te tonen? Welke topwerken gaan voor jaren in containers en op zolders verdwijnen? Gaat dit werk nog tot zijn recht komen, te midden van geografische kaarten, een reus, een mammoet, Lierse kant en vlaaikes?

Als liefhebber ben ik vrij om mijn twijfels te uiten. Als burger ben ik verplicht om de lokale overheid het voordeel van de twijfel te gunnen. Ondertussen mag ik hopen dat de stad, bij een definitieve sluiting, het fatsoen opbrengt om het gebouw op gepaste wijze uit te wuiven. Een creatieve ter ziele is op zijn plaats.

maandag 9 januari 2017

Open brief aan Walter Grootaers, Lierse schepen van stadsontwikkeling, ruimtelijke ordening en wonen


Hoe lang nog kunnen betonboeren hun gewapende gang blijven gaan?

Geachte heer Schepen,

Omdat er iets op mijn lever ligt, moet me dringend iets van het hart. U hoorde ongetwijfeld al over het verse Krugerbouwproject waarvoor zeer recent een bouwaanvraag bij uw administratie werd ingediend. Ik word er niet goed van, en ik niet alleen. Sommige buren slapen niet meer zo vast als voorheen. Uiteraard omdat het project in onze buurt wilt verschijnen. Maar het gaat me om meer dan dat. Het gaat me om de talrijke woonblokken die diepe wonden slaan in het mooie landschap waarvoor deze stad aan de Nete zo gekend is. Het is het zoveelste project dat bovendien haaks staat op wat u beschrijft in het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Lier. Daarin moeten de natuurlijke eigenheid, de waterpartijen, de relicten en het historisch karakter van de stadskern als dragers fungeren van ‘Lierke Plezierke’. Ik zie vooral betonplaten en ijzerwerk als dragers. Het principe van inbreiding mag geen vrijgeleide zijn voor een ongekende bouwwoede die de stad aan de samenloop van de twee Netes treft.

Ik weet niet hoe goed u vertrouwd bent met deze buurt, maar de afgelopen jaren verschenen hier de volgende woonblokken (en ik som ze in chronologische volgorde op): residenties Fase 1, Fase 2 en Fase 3 (Kroonstraat), het Woonzorgcentrum Paradijs (Transvaalstraat), Dagverzorgingscentrum De Passage (Transvaalstraat), de Huisartsenwachtpost Pallieterland (Transvaalstraat), het Huis van het Kind (Transvaalstraat) én de bijna kersverse residenties Zilvervesten en Leuvense Poort (beide Transvaalstraat).  Een indrukwekkende rij woongelegenheden die niet nog extra woonblokken met bijkomend verkeer kan verdragen. Buiten de verkeersellende (en daar heeft deze stad een mooie traditie van gemaakt) zal de concentratie fijn stof aanzienlijk verhogen. En wel net dit weekend schreef De Standaard dat we in Vlaanderen kampioen fijn stof vreten zijn en dat het een aanslag is op ons hele lijf. Verder moet men geen socioloog zijn om te begrijpen dat meer mensen op als maar minder ruimte de leefbaarheid van een reeds volgestouwde buurt niet meteen verhoogt. 

Wat mij in dit specifieke dossier ook stoort, is dat er letterlijk in de aanvraag staat dat het project niet alle stedenbouwkundige voorbesprekingen met de stad heeft gehad. Een bouwpromotor die zelfs de stad links laat liggen, beschikt over bijzonder veel lef. Het wekt bij mij de indruk dat een grote portefeuille als vrijgeleide wordt gezien om zich boven de wet te plaatsen. Als u dit dossier goedkeurt, zet u zichzelf buitenspel.

Beste Walter Grootaers, hoe wilt u dat men over vijf jaar naar deze stad kijkt? Naar een gezellige provinciestad die bruist van woonplezier en leven of naar een blok beton aan de Nete? Het afgelopen jaar werd 100 jaar Pallieter uitbundig gevierd en in de verf gezet. Al deze woonblokken, die mij als maar meer aan de woonkazernes uit het voormalige Oostblok doen denken, vormen de tang op het varken dat Timmermans zo mooi creëerde. Waakt u er a.u.b. over dat het blok aan de Nete geen blok aan uw been wordt.

Met torenhoge achting (van wel vijf verdiepingen zoals voorzien in woonblok B, terwijl het naburige woonblok van RVT Het Paradijs slechts drie verdiepingen telt).

Tom Marien
(bezorgde buurtbewoner en schapenkop in hart en nieren)

woensdag 30 april 2014

stadsgedicht Liers vlaaike

Op zondag 27 april werd het Liers vlaaike officieel Europees erkend en mag het pronken met het blauw-gele label van beschermde geografische aanduiding.
In opdracht van de Orde van het Liers Vlaaike schreef ik enige tijd terug een stadsgedicht. Met dit gedicht sloot ik de ceremonie op het stadhuis af. Het gedicht staat ook te lezen op een muur in de bakkerij van Johan Hendrickx, de voorzitter van de Orde.



dag waarde warme bakker
met je gist en je meel
je appelkoekjes met kaneel
en je zeven granen zonnebloempit lang galetten klein grof wit
dag warme broodjesmakker van je lakker lakker lakker
met je sjoekes en tompoeskes
ik groet je omdat het een zoete ochtend is

                                ség wa sto dien tist 
                                ‘ier zoe te zwanze
                                ik gon die kwast agâkes zan broet gaive 
                                ieder oem toer duurt al lank genoeg 

voor mij een klein lang licht gesneden
een koffiekoek met chocola en eentje met rozijnen
-nee niet die lange doe maar rond-
en olala ook zo één cirkelvormig bruin gebakje
van je smikkel smukkel smakje

                                ség bitskoemmer
                                da noeme zier een liers vlaai-ke
                                -weulle klappe van vlôkes mor soit-  
                                en dor kunde goe van nor de koer gon
                              
ach zo heet dit kleinood lierse vlaai te zijn
zo bescheiden van formaat en toch
geurt de bruine kleur naar de zoetekoek van vannacht
ik dacht al zo daarnet
toen ik binnen kwam gekletterd
met mijn lege tas vol lange letters
wat is dat pygmeegebak
dat denkt zo vol en rond te zijn
wat is dat innieminnie vormpje
dat kruidig ruikt en net niet onder de toogtafel duikt

                                ge mut dor ni over ston zeike
                                ge mut da in awe frak slage menier de powéét  
                                wa hémme wet toch zoe druk druk druk

mmmmmmmmmmmmm
                              oeeeeeeeeeeeeeh
                                                   aaaaaaaaaaaaah

oh la la la laaaaaaaaaaaaaaah                            
         
                                ‘t smokt menier pesies nogal goe
                                wétte dor stééke weulle der tien van in ne rol 
                                én plakke dattie doen och nondedjol

ooh gij kop’ren vlaai gij maakt mij
links en rechts en laag en high
gij doet mij krekel kraaien suskewieten
gij doet mij bloemekes zaaien planten gieten
alsof er na de laatste hap
geen nete meer zal stromen

                                ség menier

mijn beste warme broodjesrakker

                                ség bitskoemmer

geef mij al uw decimale rollen

                                èj paljas!

ik denk dat ik vanaf vandaag

                               menier de powéét ge mut wél nog afdokke hé

het rijmen laat voor wat het is
                           
                                bon de volgendeeeeeh

zonder bruingebakken woorden
zal ik niet minder liever leven

                                én ver madam

maar zonder vlaaike bij elk toekomstig krieken
zag ik wellicht mijn laatste ochtendgloren
                               
                                wa magget zén ver madam 

zondag 1 december 2013

stadsgedicht tegen geplande Ivarem afvaltaks

zakgeld                                                        

ik ben de kak in het eigen nest
de beerput van de drang
tot consumeren tot voor kort
was ik niets waard

ik kom van overal
heb weet van wat er leeft en eet
en hoor het volk nu morren
want u heft een taks op mij?
voor ’t rot van ’t straat komaan
ik ben dat geld niet waard

zal ik mijn stem dan maar verheffen?
mijn giftige reutel van etensrest
en bakpapier ik de etterbuil
van wattenstaaf en koffiegruis ik zeg u:

ga zo door en zelfs ik raak niet
meer van de straat als het moet
bezet ik elke stoep meermaals per week

voorgoed


Om de petitie te tekenen, klik op afvaltaks.

dinsdag 2 juli 2013

Noch de man, noch de rol spelen

Of de vrolijke noot van Sturtewagen

In de reeks Europese strategen die de journalisten Bart Sturtewagen van De Standaard en Béatrice Delvaux van Le Soir samen schrijven is er, en dat juich ik toe, plaats voor een grap en een grol (DS 29/30 juni).
De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble spreekt immers van het spelen van een centrale drol in de G8, de G20 en het IMF.
Hoe is zoiets mogelijk?

Antwoord A: Hier spreekt een Duitser met zelfkennis.
Antwoord B: Sturtewagen heeft toch gevoel voor humor.
Of Antwoord C: Het is de schuld van de spellingcorrector van Delvaux.

Zend uw goede antwoord naar bart.sturtewagen@standaard.be en win een jaar lang Le Soir.


zaterdag 16 februari 2013

Ze heten allemaal Louise



Oscar Blade Runner Pistorius komt nu wel minder fraai in the picture te staan. Maar het feit dat de ene mens de ander om zeep helpt, al dan niet moedwillig, is iets waar ik sinds een recent voorval enig begrip voor kan opbrengen. Het scheelde immers geen haar of het was ook mij overkomen.
Twee weken geleden werd mijn dochter geboren. En net als bij elke geboorte van een eigen kind davert je eigen kleine wereldje op al zijn grote grondvesten. Als kersverse vader word je heen en weer geslingerd tussen emoties van vreugde en verdriet, tussen het moederhuis en de drukker, tussen je eerstgeborene en het nieuwe mensje. Deze keer wilde de borstvoeding niet goed lukken. Na een goed gesprek met de competente verpleging beslisten we op flessenvoeding over te schakelen. Een dag later, een zondag, zouden we met de baby naar onze woonst net buiten de binnenstad verhuizen. Zondag betekende ook naar de apotheek van wacht rennen om een blik Nan Pro 1 in te slaan. Gelukkig hadden we in een verloren hoekje van de voorraadkast nog een fles Cristaline Louise mineraalwater staan die geschikt was voor zuigelingenvoeding. Dat het allemaal snor zou komen, geloofde ik graag.
Na de eerste onzekere nacht thuis bestond mijn eerste werk erin een flinke voorraad van dat mineraalwater in te slaan. Zowel mijn liefste als ik twijfelden aan de herkomst van de fles. Zij dacht aan Delhaize, ik gokte op Aldi. Aangezien we vlakbij een Delhaize wonen, startte ik mijn zoektocht daar. Ik vond er veel bronwater, water ook dat geschikt is voor zuigelingen, maar niet de bewuste Louise die ik zocht. Ik was ervan overtuigd dat ik mijn gram zou halen in de Aldi-winkel in de binnenstad. Groot was mijn verbazing toen ik zag dat het hele minerale vak Louise leegstond. Dinsdag pas zou een nieuwe lading arriveren. Een snel rekensommetje leerde me dat ik niet tot de dag nadien kon wachten. Ik moest en zou vandaag op z’n minst een nieuwe fles in huis halen. Omdat we hier in een samenleving van overvloed leven, heeft een provinciestadje als de mijne niet genoeg aan één Aldi. Met een zware voet scheurde ik dan ook naar Aldi II. Deze winkel stond  helemaal op zijn kop. Binnen enkele dagen zou de volledig vernieuwde vestiging openen en alle producten waren her en der neergeplant. Uiteindelijk vond ik de minerale speld in de hooiberg, maar het was miserie troef. Deze fles Cristaline Louise was niet de fles die ik zocht. Sterker nog, ze was hoegenaamd niet geschikt om aan zuigelingen te voeren. Maar omdat ik niet graag met lege handen een winkel verlaat, nam ik toch twee flessen van dat verdomde goedje mee. Ondertussen legde ik  al mijn hoop in de handen van Colruyt neer. Op weg naar de goedkoopste winkelketen bonkte mijn hart bijna uit mijn borstkas. Wat als ik ook daar naast de geschikte fles zou grijpen? Verschrikkelijke beelden van rijen uitgedroogde baby’s spookten door mijn brein dat langzaam begon over te schakelen op paniekmodus. Ondanks de paniek zocht ik bijzonder trefzeker mijn weg tussen de grijze rekken. Al snel stond ik oog in oog met liters vocht. Maar wat ik daar zag deed mijn gemoedstoestand schommelen tussen hoop en wanhoop. Oh jawel, de Heer zei geprezen, want deze winkel verkocht Louise water. Maar, en nu kwam het schuim me bijna op de mond te staan, het Louise water was niet van het merk Cristaline en het spul dat ik wel degelijk zocht werd enkel in bidons van vijf liter verkocht, godsakke. Nu, iedereen met een beetje verstand weet dat je een geopende fles binnen enkele dagen dient te gebruiken. Met een vijfliterfles zou dat niet het geval zijn en als het om een pasgeborene gaat wil je als ouder geen enkel risico lopen. Voor de zekerheid en omdat ik niet anders kan deed ik mezelf een kloeke bidon cadeau. Aan de kassa besefte ik glashelder dat ik met mijn rug tegen de muur stond. Mijn allerlaatste troef zou ik in de Carrefour-winkel moeten uitspelen. Ik kan me niet meer herinneren hoe ik daar aan de waterrekken ben geraakt. Zeker is dat ik minutenlang met betraande ogen naar de verdomd moeilijk te vinden tweeliterflessen heb staan kijken. Verder heb ik de Heer op mijn blote knieën bedankt. Een vreemd tafereel voor de andere klanten wellicht, en niet in het minst omdat ik een lange en smalle jeans droeg. 
Uiteindelijk kwam ik na een dolle rit van bijna twee uur thuis met mijn buit aanwaaien: twee flessen Louise water Aldi, een bidon van vijf liter Cristaline Louise Colruyt en vierentwintig tweeliterflessen van Cristaline Louise Carrefour.
Wanneer een wel erg empathische  jongedame van Kind & Gezin me twee dagen later meldde dat ze het Louise water van Cristaline afraadde om deze en gene reden, had ik haar bijna eigenhandig gewurgd. Op het nippertje wist ik me te beheersen en met een kwinkslag redde ik ons allen uit een erg ongemakkelijke situatie: ‘Wilt u iets drinken? Een watertje of zo?’


Noot: Ze heten misschien allemaal Louise, maar die van mij die heet Nanou.