dinsdag 2 juli 2013

Noch de man, noch de rol spelen

Of de vrolijke noot van Sturtewagen

In de reeks Europese strategen die de journalisten Bart Sturtewagen van De Standaard en Béatrice Delvaux van Le Soir samen schrijven is er, en dat juich ik toe, plaats voor een grap en een grol (DS 29/30 juni).
De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble spreekt immers van het spelen van een centrale drol in de G8, de G20 en het IMF.
Hoe is zoiets mogelijk?

Antwoord A: Hier spreekt een Duitser met zelfkennis.
Antwoord B: Sturtewagen heeft toch gevoel voor humor.
Of Antwoord C: Het is de schuld van de spellingcorrector van Delvaux.

Zend uw goede antwoord naar bart.sturtewagen@standaard.be en win een jaar lang Le Soir.


woensdag 26 juni 2013

apologie

ik stuiptrek en sidder 
met tussen twee vingers dat blauwtje 
’t zoveelste maar rijker op zak

had ik me te veel de vleugels 
voor ogen met metrum en volrijm
en biddende bek? 

had ik jou en te snel 
te kennen gegeven 
dat dichters niet voelen 
maar huilen om voer?

en toch
wat is er mis
met zich godslasterend gul en zelfzuchtig
gedragen met geen kaarsen doen branden
maar lampjes uitdraaien?

terwijl jij ja jij 
met je is-gelijk-aan-lippen
en als veel te vroege nachtvorst 
mijn kwetsbare klankenmoestuin 
meedogenloos verraste

gepubliceerd in Meander Magazine

zaterdag 16 februari 2013

Ze heten allemaal Louise



Oscar Blade Runner Pistorius komt nu wel minder fraai in the picture te staan. Maar het feit dat de ene mens de ander om zeep helpt, al dan niet moedwillig, is iets waar ik sinds een recent voorval enig begrip voor kan opbrengen. Het scheelde immers geen haar of het was ook mij overkomen.
Twee weken geleden werd mijn dochter geboren. En net als bij elke geboorte van een eigen kind davert je eigen kleine wereldje op al zijn grote grondvesten. Als kersverse vader word je heen en weer geslingerd tussen emoties van vreugde en verdriet, tussen het moederhuis en de drukker, tussen je eerstgeborene en het nieuwe mensje. Deze keer wilde de borstvoeding niet goed lukken. Na een goed gesprek met de competente verpleging beslisten we op flessenvoeding over te schakelen. Een dag later, een zondag, zouden we met de baby naar onze woonst net buiten de binnenstad verhuizen. Zondag betekende ook naar de apotheek van wacht rennen om een blik Nan Pro 1 in te slaan. Gelukkig hadden we in een verloren hoekje van de voorraadkast nog een fles Cristaline Louise mineraalwater staan die geschikt was voor zuigelingenvoeding. Dat het allemaal snor zou komen, geloofde ik graag.
Na de eerste onzekere nacht thuis bestond mijn eerste werk erin een flinke voorraad van dat mineraalwater in te slaan. Zowel mijn liefste als ik twijfelden aan de herkomst van de fles. Zij dacht aan Delhaize, ik gokte op Aldi. Aangezien we vlakbij een Delhaize wonen, startte ik mijn zoektocht daar. Ik vond er veel bronwater, water ook dat geschikt is voor zuigelingen, maar niet de bewuste Louise die ik zocht. Ik was ervan overtuigd dat ik mijn gram zou halen in de Aldi-winkel in de binnenstad. Groot was mijn verbazing toen ik zag dat het hele minerale vak Louise leegstond. Dinsdag pas zou een nieuwe lading arriveren. Een snel rekensommetje leerde me dat ik niet tot de dag nadien kon wachten. Ik moest en zou vandaag op z’n minst een nieuwe fles in huis halen. Omdat we hier in een samenleving van overvloed leven, heeft een provinciestadje als de mijne niet genoeg aan één Aldi. Met een zware voet scheurde ik dan ook naar Aldi II. Deze winkel stond  helemaal op zijn kop. Binnen enkele dagen zou de volledig vernieuwde vestiging openen en alle producten waren her en der neergeplant. Uiteindelijk vond ik de minerale speld in de hooiberg, maar het was miserie troef. Deze fles Cristaline Louise was niet de fles die ik zocht. Sterker nog, ze was hoegenaamd niet geschikt om aan zuigelingen te voeren. Maar omdat ik niet graag met lege handen een winkel verlaat, nam ik toch twee flessen van dat verdomde goedje mee. Ondertussen legde ik  al mijn hoop in de handen van Colruyt neer. Op weg naar de goedkoopste winkelketen bonkte mijn hart bijna uit mijn borstkas. Wat als ik ook daar naast de geschikte fles zou grijpen? Verschrikkelijke beelden van rijen uitgedroogde baby’s spookten door mijn brein dat langzaam begon over te schakelen op paniekmodus. Ondanks de paniek zocht ik bijzonder trefzeker mijn weg tussen de grijze rekken. Al snel stond ik oog in oog met liters vocht. Maar wat ik daar zag deed mijn gemoedstoestand schommelen tussen hoop en wanhoop. Oh jawel, de Heer zei geprezen, want deze winkel verkocht Louise water. Maar, en nu kwam het schuim me bijna op de mond te staan, het Louise water was niet van het merk Cristaline en het spul dat ik wel degelijk zocht werd enkel in bidons van vijf liter verkocht, godsakke. Nu, iedereen met een beetje verstand weet dat je een geopende fles binnen enkele dagen dient te gebruiken. Met een vijfliterfles zou dat niet het geval zijn en als het om een pasgeborene gaat wil je als ouder geen enkel risico lopen. Voor de zekerheid en omdat ik niet anders kan deed ik mezelf een kloeke bidon cadeau. Aan de kassa besefte ik glashelder dat ik met mijn rug tegen de muur stond. Mijn allerlaatste troef zou ik in de Carrefour-winkel moeten uitspelen. Ik kan me niet meer herinneren hoe ik daar aan de waterrekken ben geraakt. Zeker is dat ik minutenlang met betraande ogen naar de verdomd moeilijk te vinden tweeliterflessen heb staan kijken. Verder heb ik de Heer op mijn blote knieën bedankt. Een vreemd tafereel voor de andere klanten wellicht, en niet in het minst omdat ik een lange en smalle jeans droeg. 
Uiteindelijk kwam ik na een dolle rit van bijna twee uur thuis met mijn buit aanwaaien: twee flessen Louise water Aldi, een bidon van vijf liter Cristaline Louise Colruyt en vierentwintig tweeliterflessen van Cristaline Louise Carrefour.
Wanneer een wel erg empathische  jongedame van Kind & Gezin me twee dagen later meldde dat ze het Louise water van Cristaline afraadde om deze en gene reden, had ik haar bijna eigenhandig gewurgd. Op het nippertje wist ik me te beheersen en met een kwinkslag redde ik ons allen uit een erg ongemakkelijke situatie: ‘Wilt u iets drinken? Een watertje of zo?’


Noot: Ze heten misschien allemaal Louise, maar die van mij die heet Nanou.

zaterdag 9 februari 2013

dinsdag 29 januari 2013

1 jaar zonder stadsdichter - gedichtendag 2013


luiletterland                                                                       

I

genoeg zegt hij en slaakt een zucht
te veel zucht hij en doet zijn zeg:

‘te midden van stof en stank
 kirde plots een zwaluwstem van

           laat hem verlaat hem
           verzwijg hem laat hem achter

 u bent dus tegen mij in u?

 mijn bloed wordt droog en hoor
 u zet zichzelf buitenspel
 met dit uitzettingsbevel
 u kiept uw taalbad overboord?

 en ik jongleerde nog met de idee
 het gat in uw begroting te dichten
 helaas ik moet eruit
 luidt het besluit en laat u
 uw straten als melaatsen uw pleinen
 als tapijten vol vlek en vliegverbod

 hier op deze knooppuntplek
 kan niemand nog iets schrijven’

toen rechtte hij zijn rug
en floot zijn woorden terug




II

nu het zonlicht zich ontbindt
langzaam als vervallen rijm
en de huizen kreunen onder woordeloos geweld
rest ons niets meer
buiten monddood en voorgoed verzwegen

er kraait geen haan meer op dit erf
geen hond in ons maakt men nu nog wakker   


maandag 24 december 2012

Uit de oude doos - Troep

Nu ik bijna evenveel kinderen als boeken heb gepubliceerd, breekt er wellicht een schrijfmagere tijd aan. Om deze leegte op te vullen en omdat er zware straffen staan op blogverzuim zal ik met regelmaat iets opdiepen uit de oude doos.
Vandaag plaats ik een kortverhaal uit 2005 over een familiefeest. In deze tijd van het jaar is feesten nogal in trek. Lang voordat Verhulst met veel succes over zijn nonkels schreef, vatte ik het plan op een familiekroniek te schrijven. Omdat mijn familie, en mijn nonkels in het bijzonder, een voetnoot waard zijn in de annalen van een bijzonder tijdperk (de eeuwwisseling).


Troep
Met nieuwjaarsdag komt onze familie steeds rond de feesttafel bij elkaar. Dan wensen we eenieder een opperbest jaar, vliegen enthousiast in spijs en drank, en bakkeleien een beetje. Elke editie heeft iemand het recht om het menu te kiezen. Deze keer viel die eer mijn nonkel Frans te beurt. Deze grapjas van het eerste uur maakte een haast klassieke keuze: bloemkool met worst. Klassiek hoeft echter niet onsmakelijk te zijn. De familie speelde alles met veel animo naar binnen en na het hoofdgerecht dacht mijn nonkel Raf er goed aan te doen om een authentieke anekdote op te rakelen.
 ‘Ik zal eens iets vertellen over den troep,’ begon hij en mijn nonkel sergeant, die recht tegenover nonkel Raf zat, kneep zijn ogen achterdochtig tot spleetjes.
 ‘Vroeger leefden wij hier in ons Belgenlandje met de gedachte dat dé bom elke dag kon vallen. Onze sergeant,’ en nonkel Raf knipoogde naar de overkant van de tafel, ‘had ons geleerd wat we moesten doen bij een atoomaanval. Wanneer het codewoord “flash” weerklonk, moesten we zo snel mogelijk op de grond gaan liggen en met onze handen onze ogen bedekken. We zouden de noodprocedure gaan oefenen in een nabijgelegen weiland. Met onze rugzak en ons wapen trokken we in halfopen formatie door de wei. Plots brulde sergeant De Vliegher het gekende codewoord. We hielden onmiddellijk halt en bleven stokstijf staan. “Flash!” bulderde De Vliegher nog een keer. “Flash, zeg ik, lompe boeren!” Wij bekeken mekaar alsof we er niets van begrepen. Uiteindelijk liet iemand zich in het gras vallen met de handen voor de ogen. Dat was soldaat Peeters, geloof ik. Wij liepen er als de bliksem naartoe, trokken hem recht en vroegen: “Peeters, wat scheelt er jongen, gaat het?”’
  Enkelen van mijn neven en nichten durfden amper adem te halen.
 ‘“Sergeant, soldaat Peeters is onwel geworden!” riep iemand van ons peloton. “Kan u even komen kijken?” Intussen had sergeant De Vliegher zijn baret woedend op de grond gegooid en stond hij daar te roepen van het kan niet meer. Sergeant De Vliegher,’ besloot nonkel Raf, ‘die hebben we meer dan eens bij zijn pietje gehad.’ 
 Nu werd er schaamteloos gelachen en hier en daar werd er zelfs een traan weggepinkt. Alleen nonkel sergeant, die het hele verhaal met argwaan gevolgd had, bleef stoïcijns bij zoveel familiaal enthousiasme. Toen iedereen zowaar bekomen was, informeerde hij oprecht naar dat algemene codewoord bij een atoomaanval. Nonkel Frans, die een kans rook om alweer de leukste te zijn, veerde recht, salueerde met klakkende hielen en schreeuwde verschillende malen “flash”. Even later dook een opvallend lenige nonkel sergeant met de handen voor de ogen naar de grond. Daarbij kwam hij nogal ongelukkig in het drinkbakje van Tommy terecht, het zwarte schipperke van mijn nonkel Jean. Met ontbloot tandvlees dook de hond naar de buik van nonkel sergeant en beet een stuk uit het overhemd van zijn belager. Tant’ Jeanine, de vrouw van nonkel sergeant, wilde haar echtgenoot verdedigen en smeet haar handtas naar de vierpotige agressor. Bijna was de lieve hond ook tant’ Jeanine naar het hemd gevlogen, maar nonkel Jean kwam tijdig tussenbeide met een duidelijk bevel: ‘Af Tommy!’
 Na dit incident laaide de discussie over huisdieren op familiefeesten weer hoog op. Voor- en tegenstanders slingerden elkaar verwijten naar het hoofd en Tommy zelf begeleidde het debat met aanstellerig geblaf. Gelukkig maakte mijn grootvader, het stamhoofd van de clan, een einde aan het gekibbel. ‘Daar is den dessert,’ kreunde de oude man en iedereen stortte zich monter op de rijstpap met bruine suiker.

woensdag 30 mei 2012

Omstreeks het middaguur

De zon staat hoog. De lucht is van staal en een pleintje baadt in een bijzonder licht. Op een bankje zit een oude man. Hij staart voor zich uit en maalt de uren die hem nog resten. Voor zijn voeten verdringen zich enkele duiven. Hij geeft er niet om. Langzaam brengt hij een hand naar zijn oor en trekt tweemaal aan zijn oorlel. Even langzaam zakt zijn hand tot op zijn been. Af en toe sluit hij zijn ogen. Een eeuwigheid later gaan ze weer open. Enkel zijn kaken gaan als gekken tekeer. Hij kauwt met de snelste kaken van de wereld. Wellicht moeten er nog enkele zaken uit het verleden, die hem zwaar op de maag liggen, herkauwd worden. Een man als hij weet als geen ander dat een mens pas klaar is voor de toekomst, als hij in het reine is met zijn verleden.
Een jongetje komt het plein opgestoven. Alle duiven vliegen op. Het jongetje kirt van plezier en feliciteert zichzelf met handgeklap. Zijn moeder met buggy, die nu pas het plein betreedt, vraagt om de vogels een volgende keer met rust te laten. Het jongetje hoort niet wat zijn moeder zegt. Hij kijkt omhoog en volgt de duiven die een beetje verderop neerstrijken. Bijna gaat hij er opnieuw achteraan, maar dan krijgt hij de oude man in de gaten. Het jongetje houdt zijn hoofd een beetje schuin. Hij wijst naar de man en brabbelt wat. Terwijl zijn moeder zegt dat wijzen niet beleefd is, kauwt de man rustig verder. En net voor hij richting duiven sprint, zwaait het jongetje naar de man. In paniek stijgen de duiven op. Hun gefladder werpt dansende schaduwen op een plein. Een jongetje schreeuwt het uit, een jonge moeder met buggy berispt haar oudste kind en een oude man op een bank houdt plots op met kauwen en zwaait naar een lege plek waar net de toekomst stond.