zij registreerde verzenlang
de staat van het bestaan
nu sneeuwt ze onder in een prinsengraf
en verzwijgt
het is haast nooit genoeg
met één pakje sigaretten en het alfabet
as vraagt om as
de dichter om een papiermand
donderdag 16 februari 2012
woensdag 25 januari 2012
Gedichtendag in Luiletterland
Luiletterland
Mensen die werkelijk een broertje dood hebben aan gedichten en enkele leden van de oppositie zullen de beslissing van de adviesraad en het schepencollege niet betreuren. Deze stad heeft andere katten te geselen en de poëzie is elitair. Deze kunstvorm wordt enkel bedreven en gelezen door een bescheiden clubje bestofte lettervreters en -spuwers dat zichzelf graag boven het gewone volk verheft. Maar laat ons wel wezen. Wanneer leden van deze zogeheten sociëteit zich aanmatigend gedragen, is hun houding per definitie beschamend en te verwerpen. Bovendien is de poëzie niet elitair. Het gedicht mag dan van een dichter zijn, de interpretatie is van en voor iedereen. Het is net dat wat een lovenswaardig initiatief als Gedichtendag beoogt. Of nog, zoals Geert Van Istendael het reeds verwoordde: ‘Poëzie is absoluut elitair, maar niet meer of minder dan schoenen lappen of lassen.’ Dat wil echter niet zeggen dat het zomaar even een koud kunstje is om een reeks (stads)gedichten te produceren. Poëzie schrijven is een vak, een ambacht met traditie, dus mag het best iets meer zijn. En als een dichter in een taal zou schrijven die in eerste instantie als moeilijk te vatten klinkt, heeft de bedenker wellicht iets onder woorden willen brengen wat niet anders te zeggen viel.
Ik zag overigens allerhande kansen voor de stadsdichter van Lier weggelegd. De sfeer aan de samenvloeiing van Grote en Kleine Nete is verzuurd. De plek kampt al geruime tijd met fijne en iets minder fijne stoflucht en dan houd ik nog mijn mond over ingenieuze Diftarcontainerparken, hondenpoepterreur en de typische problemen waar ongeveer elk grondgebied in een moderne samenleving mee te kampen heeft. Gedichten zijn er niet om opgesomde problemen op te lossen, daar ben ik mij terdege van bewust. In wezen hebben ze geen enkel nut. Maar de poëzie hoeft niet zinloos te zijn. Woorden kunnen mensen in beweging brengen en een gedicht schrijven, lezen en doorgronden kan ook bijzonder verkwikkend werken. Op zo’n trein der traagheid stappen geldt haast als een daad van verzet tegen de snelle beeldcultuur die het vertrouwen in woorden niet meteen aanscherpt. Een letterknecht in loondienst van de stad had met zijn werk misschien een frisse bries over de pleinen en smalle straten kunnen laten waaien. Toch zullen we nooit achterhalen wat zo’n dichter klaar had kunnen spelen. De kans om er iets van te maken is verkeken en Lier maakt vanaf vandaag een beetje meer deel uit van Luiletterland.
Met het oog op 800
jaar Lier achtte de stad het moment gekomen om een stadsdichter aan te stellen.
Na afloop van de sollicitatieronde besliste een adviescommissie om geen enkele
van de kandidaturen voor te dragen. Het aantal ingediende sollicitaties was te
beperkt waardoor er voor een kleine stad als Lier te weinig garantie was om de
kwaliteit en de continuïteit van een stadsdichter te verzekeren. Het
schepencollege volgde het advies en verliet de idee van een lokale
letterknecht.
Als kandidaat-stadsdichter ben ik natuurlijk
teleurgesteld, zoals elkeen die zijn kandidatuur indiende. Gedurende enkele
ogenblikken kon ik begrip opbrengen voor de argumentatie van de
adviescommissie. Lier is geen stad als Antwerpen of Gent. We leven hier nog
kleinschalig, onder de schaduw van enkele torens die niet erg hoog reiken.
Continuïteit mag geen loos begrip zijn als het over het stadsdichterschap gaat.
Maar de kwaliteit om het ambt alvast aan te vatten is aanwezig. Suzanne
Binnemans bijvoorbeeld doceert aan de SchrijversAcademie van Antwerpen. Haar
gedichten werden veelvuldig gepubliceerd in bloemlezingen en literaire
tijdschriften. En wanneer er niet langer een bekwame verzenlijmer uit de lokale
vijver der knetterende letteren kan worden opgehaald, staat het de heren en
dames beleidsmakers volledig vrij om in andere kunstzinnige vijvers te gaan
vissen. Waarom dan niet kiezen voor een stadstekenaar of -schilder of zelfs een
stadsvideokunstenaar? Kortrijk stelde in het verleden zelfs een stads-DJ aan om
zijn jongeren niet uit het oog te verliezen en Heist-op-den-berg koos zeer
recent voor een eerste gemeentefotograaf. Er huist voldoende creativiteit in
Lier om dat probleem te ondervangen. Mensen die werkelijk een broertje dood hebben aan gedichten en enkele leden van de oppositie zullen de beslissing van de adviesraad en het schepencollege niet betreuren. Deze stad heeft andere katten te geselen en de poëzie is elitair. Deze kunstvorm wordt enkel bedreven en gelezen door een bescheiden clubje bestofte lettervreters en -spuwers dat zichzelf graag boven het gewone volk verheft. Maar laat ons wel wezen. Wanneer leden van deze zogeheten sociëteit zich aanmatigend gedragen, is hun houding per definitie beschamend en te verwerpen. Bovendien is de poëzie niet elitair. Het gedicht mag dan van een dichter zijn, de interpretatie is van en voor iedereen. Het is net dat wat een lovenswaardig initiatief als Gedichtendag beoogt. Of nog, zoals Geert Van Istendael het reeds verwoordde: ‘Poëzie is absoluut elitair, maar niet meer of minder dan schoenen lappen of lassen.’ Dat wil echter niet zeggen dat het zomaar even een koud kunstje is om een reeks (stads)gedichten te produceren. Poëzie schrijven is een vak, een ambacht met traditie, dus mag het best iets meer zijn. En als een dichter in een taal zou schrijven die in eerste instantie als moeilijk te vatten klinkt, heeft de bedenker wellicht iets onder woorden willen brengen wat niet anders te zeggen viel.
Ik zag overigens allerhande kansen voor de stadsdichter van Lier weggelegd. De sfeer aan de samenvloeiing van Grote en Kleine Nete is verzuurd. De plek kampt al geruime tijd met fijne en iets minder fijne stoflucht en dan houd ik nog mijn mond over ingenieuze Diftarcontainerparken, hondenpoepterreur en de typische problemen waar ongeveer elk grondgebied in een moderne samenleving mee te kampen heeft. Gedichten zijn er niet om opgesomde problemen op te lossen, daar ben ik mij terdege van bewust. In wezen hebben ze geen enkel nut. Maar de poëzie hoeft niet zinloos te zijn. Woorden kunnen mensen in beweging brengen en een gedicht schrijven, lezen en doorgronden kan ook bijzonder verkwikkend werken. Op zo’n trein der traagheid stappen geldt haast als een daad van verzet tegen de snelle beeldcultuur die het vertrouwen in woorden niet meteen aanscherpt. Een letterknecht in loondienst van de stad had met zijn werk misschien een frisse bries over de pleinen en smalle straten kunnen laten waaien. Toch zullen we nooit achterhalen wat zo’n dichter klaar had kunnen spelen. De kans om er iets van te maken is verkeken en Lier maakt vanaf vandaag een beetje meer deel uit van Luiletterland.
donderdag 15 december 2011
Lezing op Toast Literair - Davidsfonds Lier
Op 22 januari 2012 neemt ook de Lierse afdeling van het Davidsfonds deel aan Vlaanderens grootste taal- en leesfeest op een zondagochtend, nl. Toast Literair.
Vanaf 10 uur serveert men in het Parochiecentrum Sint-Gummarus (Sint-Gummarusstraat 21) een heerlijk ontbijt in combinatie met smakelijke verhalen en eetlustopwekkende schrijfsels en gedichten die ik u meer dan graag aanbied.
Inkom: € 7.
Iedereen welkom.
Graag vooraf inschrijven bij Dirk Beukeleirs via dirk.beukeleirs@pandora.be
of via het nummer 03/489.05.88.
Smakelijk!
donderdag 11 augustus 2011
Over het verlangen en sterren die vallen
Voor hen die vannacht naar de Perseïden kijken - fragment uit Vlucht (Manteau 2008):
Dag heel bijzonder meisje in het strakke, rode kleedje,
Het is in dichterlijke termen alweer een eeuwigheid geleden dat ik de volgende verzen van meester Hugo Claus voor een waanzinnige waarheid gehouden heb:
‘jij bent de luchtdruk en de dauw
en de sneeuw in mijn schedel’
Onze ontmoeting was misschien van korte duur. Toch heb je een onuitwisbare indruk op mij achtergelaten. En nu de sneeuw in mijn schedel zich in dikke lagen op mijn gedachten heeft gelegd, vind ik het bijzonder jammer dat ik die bewuste avond niet de mogelijkheid had om langer met je te praten, waardoor jij en ik niet konden horen wat de vogels die nacht zongen en de palmbomen elkaar toefluisterden. Ik had namelijk nog graag in je oor gemorst dat ik als broekventje van acht een ster heb zien vallen, achter in onze tuin. ’s Morgens in de vroegte doorzocht ik heel de tuin. Ik keek achter en onder elk grassprietje. Met mijn schop ging ik moeder aarde te lijf, want zij hield een grote schat voor mij verborgen. Na lang sporen en graven besloot ik desnoods mijn leven lang door te gaan. De zoektocht is in tussentijd niet opgehouden. Ik heb meer dan één krater omgespit en met mijn aangezogen ogen heb ik menig horizon afgetuurd. Vergeefs voorlopig. Maar het verlangen is onwrikbaar en vermogend. Dat wordt dus een leven lang zoeken en zuchten. Ondertussen heb ik wel begrepen waarom sommige sterren zich laten gaan. Lang geleden immers huwden vader lucht en moeder aarde. Zij waren heel gelukkig en kregen vele kinderen: de zon, de maan en duizenden sterrenkinderen. Op een dag wilde de zon tussen haar vader en moeder komen. Elke dag zie je haar nu stralen, tussen aarde en lucht in. Zus maan werd echter jaloers en probeerde zich ook in de schijnwerpers te werken. Wie goed kijkt, kan haar altijd zien, zelfs bij dag. Af en toe vindt ze het nodig een beetje afstand te nemen en is ze plots onvindbaar weg. Een weinig na de m’as-tu vu-act van zon en maan kregen de sterren ruzie met hun zussen. Zij voelden zich buitenspel gezet en besloten massaal ervandoor te gaan. Astronomen spreken daarom van een uitdijnend heelal. Ook zij zien de sterren vluchten. Heel af en toe nochtans is er een ster die haar aftocht staakt. Ten prooi aan een absoluut heimwee probeert zij opnieuw tot bij de lucht en de aarde te komen. Zij verlangt zo vurig bij haar ouders te fonkelen, dat zij, net als zij haar doel bereikt, opbrandt tot stof en as. De mensen hier op aarde, die met verheven blik de hemel afspeuren, verstijven bij zo’n brandend verlangend einde. Zij weten niet op te houden te verlangen tot het einde van hun dagen. En zij brengen hun onvolledige uren door met sterrenstof in de ogen.
Hoe onvolledig zijn jouw uren, Annelies? En hoe oud was jij toen je het verlangen voor het eerst zag vallen? Ik hoop snel van je te horen en ben alleszins meer dan bereid uit te zoeken hoeveel sterrenstof jij in je ogen draagt.
Onderwijl verblijvend tussen hemel en vers.
Yours sincerely,
Ben Arends
Dag heel bijzonder meisje in het strakke, rode kleedje,
Het is in dichterlijke termen alweer een eeuwigheid geleden dat ik de volgende verzen van meester Hugo Claus voor een waanzinnige waarheid gehouden heb:
‘jij bent de luchtdruk en de dauw
en de sneeuw in mijn schedel’
Onze ontmoeting was misschien van korte duur. Toch heb je een onuitwisbare indruk op mij achtergelaten. En nu de sneeuw in mijn schedel zich in dikke lagen op mijn gedachten heeft gelegd, vind ik het bijzonder jammer dat ik die bewuste avond niet de mogelijkheid had om langer met je te praten, waardoor jij en ik niet konden horen wat de vogels die nacht zongen en de palmbomen elkaar toefluisterden. Ik had namelijk nog graag in je oor gemorst dat ik als broekventje van acht een ster heb zien vallen, achter in onze tuin. ’s Morgens in de vroegte doorzocht ik heel de tuin. Ik keek achter en onder elk grassprietje. Met mijn schop ging ik moeder aarde te lijf, want zij hield een grote schat voor mij verborgen. Na lang sporen en graven besloot ik desnoods mijn leven lang door te gaan. De zoektocht is in tussentijd niet opgehouden. Ik heb meer dan één krater omgespit en met mijn aangezogen ogen heb ik menig horizon afgetuurd. Vergeefs voorlopig. Maar het verlangen is onwrikbaar en vermogend. Dat wordt dus een leven lang zoeken en zuchten. Ondertussen heb ik wel begrepen waarom sommige sterren zich laten gaan. Lang geleden immers huwden vader lucht en moeder aarde. Zij waren heel gelukkig en kregen vele kinderen: de zon, de maan en duizenden sterrenkinderen. Op een dag wilde de zon tussen haar vader en moeder komen. Elke dag zie je haar nu stralen, tussen aarde en lucht in. Zus maan werd echter jaloers en probeerde zich ook in de schijnwerpers te werken. Wie goed kijkt, kan haar altijd zien, zelfs bij dag. Af en toe vindt ze het nodig een beetje afstand te nemen en is ze plots onvindbaar weg. Een weinig na de m’as-tu vu-act van zon en maan kregen de sterren ruzie met hun zussen. Zij voelden zich buitenspel gezet en besloten massaal ervandoor te gaan. Astronomen spreken daarom van een uitdijnend heelal. Ook zij zien de sterren vluchten. Heel af en toe nochtans is er een ster die haar aftocht staakt. Ten prooi aan een absoluut heimwee probeert zij opnieuw tot bij de lucht en de aarde te komen. Zij verlangt zo vurig bij haar ouders te fonkelen, dat zij, net als zij haar doel bereikt, opbrandt tot stof en as. De mensen hier op aarde, die met verheven blik de hemel afspeuren, verstijven bij zo’n brandend verlangend einde. Zij weten niet op te houden te verlangen tot het einde van hun dagen. En zij brengen hun onvolledige uren door met sterrenstof in de ogen.
Hoe onvolledig zijn jouw uren, Annelies? En hoe oud was jij toen je het verlangen voor het eerst zag vallen? Ik hoop snel van je te horen en ben alleszins meer dan bereid uit te zoeken hoeveel sterrenstof jij in je ogen draagt.
Onderwijl verblijvend tussen hemel en vers.
Yours sincerely,
Ben Arends
zondag 5 juni 2011
Golfslag
Op 30 juni spelen Tom Marien en gitarist Jokke Schreurs de voorstelling Golfslag op het drijvende podium aan de Aragonbrug te Lier. De voorstelling maakt deel uit van het zomerse op het water festival.
Een schrijver en een muzikant varen te kaap'ren over de woeste baren van de Lierse wateren. In een heel eigen stijl meandert het duo doorheen zin en onzin. Met noten die spreken en woorden die zingen.
Tickets en info op: www.ophetwaterfestival.be
zondag 29 mei 2011
kindervreugd
I
ze wilden de hardheid van verlangen
testen zijn veerkracht en zijn massa
maar raakten het kwijt ergens
in de finale fase van het experiment nochtans
ze zouden niet over één nacht ijs gaan
glijden en rekenden op kweekschalen
en elkaar tot een barst de grond van glas
deed splijten en zij hulpeloos de bodem raakte
sinds die dag verkeert hij in ademnood
het slaat het brandt het beukt
schreeuwen om melk zal het niet
ze wilden de hardheid van verlangen
testen zijn veerkracht en zijn massa
maar raakten het kwijt ergens
in de finale fase van het experiment nochtans
ze zouden niet over één nacht ijs gaan
glijden en rekenden op kweekschalen
en elkaar tot een barst de grond van glas
deed splijten en zij hulpeloos de bodem raakte
sinds die dag verkeert hij in ademnood
III
het slaat het brandt het beukt
het kind dat als een wees
in hun beiden woont
in een vacuüm van stof en algebra
schreeuwen om melk zal het niet
maandag 23 mei 2011
Nominatie KJV
Vuist is genomineerd voor de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen 2011-2012. In september gaat het nieuwe leesjaar van start. De juryleden van groep 5 (12 tot 14 jaar) zullen Vuist en nog negen andere jeugdboeken lezen, wikken en wegen. In mei 2012 zal de winnaar worden bekendgemaakt.
Afgelopen weekend werden de prijzen uitgereikt op een groots KJV-feest in Brugge.
Meer info op www.kjv.be.
Abonneren op:
Berichten (Atom)


